Wat kan ik gebruiken bij …

Waar je op moet letten bij het uitzoeken van voedingssupplementen

Ik krijg regelmatig deze vraag en hoewel er dan automatisch een hele rij planten door mijn hoofd schiet, kan ik die vraag vaak niet meteen beantwoorden. Waarom niet? Omdat ik graag goed advies geef. En dat is ingewikkelder dan het lijkt.

Mede door het grote aanbod doe-het-zelf kruidenboeken (die inhoudelijk zeer beperkt zijn) en de gebrekkige informatie in de bijsluiters van voedingssupplementen, wordt het foutieve beeld geschetst van ‘baat het niet, dan schaadt het niet’. Dit idee is hardnekkig aanwezig in Nederland, maar volstrekt niet juist. Ik heb deze stelling in het kort weerlegd op: www.pharmacapura.nl/het-is-natuurlijk-dus-gezond/

 

Volksverlakkerij

Als je een gezonde twintiger of dertiger bent en geen medicijnen gebruikt (de ‘pil’, Rennies en pijnstillers vallen daar ook onder), als je niet zwanger bent en geen borstvoeding geeft, zou er in principe niet zo heel veel mis hoeven gaan als je voedingssupplementen gebruikt. Aangenomen dat je je aan de voorgeschreven dosering houdt en niet gaat experimenteren met ‘giftige’ planten. Je zou je alleen kunnen afvragen waarom je er geld aan zou uitgeven als je kerngezond bent.

Het ergste wat je dan wellicht kan overkomen is dat je een verkeerde keuze maakt, omdat je niet kàn weten dat de informatie op de verpakking volstrekt niet volledig is, omdat de verkeerde plantendelen gebruikt kunnen zijn, het middel op een niet correcte manier bereid kan zijn, op de verkeerde inhoudsstof gestandaardiseerd kan zijn, het een te lage concentratie, dosering of een verdunning betreft, een niet effectieve combinatie van kruiden etc.

Kortom: je kunt hooguit de dupe worden van volksverlakkerij. En dat komt veel voor. Er zijn veel slechte producten op de markt, maar hé, baat het niet dan schaadt het niet… in ieder geval niet voor de bankrekening van de fabrikant.

 

Teleurgesteld?

Als je dus wel eens een voedingssupplement hebt aangeschaft, ben je er wellicht na een tijdje achter gekomen dat het product dat je hebt gekocht niet zoveel voor je deed, of je klacht werd er erger van. Je probeert misschien nog iets anders, maar na verloop van tijd helpt het niet (voldoende) en je portemonnee begint gaten te vertonen. Je ‘geloof’ in kruiden verdwijnt. En dat is jammer. Want het is geen kwestie van geloof, het is een kwestie van WETENschap.

 

Weten(schap)

Dat ‘weten’ begint met kennis van planten, naast begrip van de aandoening, van de eventuele medicijnen die al gebruikt worden en van het effect dat de aandoening kan verhelpen of verlichten. Weten welke plant je nodig hebt. Tijm heeft bijvoorbeeld verschillende soorten. Welke heb je nodig?

Het weten welke brede werkingen een plant heeft en welke plant voor welk individu het meest geschikt is…op dát moment. De een is de ander niet en wat voor de een goed is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. Het is soms ook raadzaam om met een ‘mildere’ plant te beginnen en later een ‘sterkere’ in te zetten, of andersom.

 

Stofjes

Je moet weten welke stoffen je nodig hebt en in welke plantendelen die zich bevinden. Een plant is een levend organisme, dat in de loop van het jaar verschillende inhoudsstoffen aanmaakt, in verschillende delen van de plant. In de wortel kunnen andere stoffen zitten, of in een andere concentratie dan in een blad. Je moet weten wanneer, welke plant, welke stoffen aanmaakt, welke plantendelen het meest geschikt zijn, wanneer de concentratie van die specifieke inhoudsstoffen optimaal is en dus wanneer welk deel geoogst kan worden.

 

Bereiding

Kennis van welke inhoudsstoffen welke bereiding nodig hebben is noodzakelijk. Als het je gaat om de vluchtige oliën van een plant dan kun je ‘thee’ of poeder, dat jaren opgeslagen kan staan, niet gebruiken. Dan zijn alle oliën gevlucht. Dan kies je dus voor een andere methode.

Je moet dus weten welke extractiemethode het meest geschikt is voor welke plant, in relatie tot de inhoudsstoffen. De ene stof laat makkelijk los in water, de ander heeft watervrees. Je moet ook rekening houden met de persoon die je wilt behandelen. Bijvoorbeeld: kinderen vinden ethanol vies smaken: trekt het zoetere glycerine de gewenste inhoudsstoffen uit de plant, of kun je beter een andere plant uitzoeken?

 

Foutje…

Ook de eventuele standaardisering kan belangrijk zijn. Dit laatste wil zeggen dat de hoeveelheid van een bepaalde inhoudsstof gegarandeerd in een product aanwezig is. Dit kan in een laboratorium worden bepaald. Dit kan soms nuttig zijn, als een gelijkmatige bloedspiegel gewenst is. Zoals gezegd zijn planten levende organismen en is de concentratie inhoudsstoffen onderhevig aan weersomstandigheden, bodemgesteldheid, hoogte, manier van kweken, pesticiden etc.  De ene plant is hier ook weer gevoeliger voor dan de andere…

Helaas zijn er fabrikanten die zich ‘vergissen’ in de standaardisering en een product standaardiseren op een stof die minder of niet belangrijk is dan degene die nou juist voor de belangrijkste effecten zorgt… Het staat wel chique, zo’n standaard en het geeft wellicht een gerust gevoel, maar het betekent niet altijd dat het middel daardoor effectiever is.

 

Dosering

De dosering is natuurlijk van groot belang. Als je meerdere voedingssupplementen tegelijk inneemt (zonder te weten of die combinatie wel geschikt is, want ze kunnen tegenstrijdige werkingen hebben), zou je de dosering wel moeten aanpassen. We zijn gewend dat alleen kinderen een aangepaste dosering krijgen, maar eigenlijk zou je bij de dosering van medicijnen (en dus ook planten) altijd naar de persoon moeten kijken (leeftijd, lengte, gewicht etc.). Binnen de fytotherapie is dit dan ook gebruikelijk. De een is nou eenmaal ‘gevoeliger’ dan de ander en reageert sneller op medicatie dan de ander.

De duur van het gebruik mag ook niet worden vergeten. Op veel voedingssupplementen staat dat het langdurig gebruikt kan worden. Er zijn planten die bij langdurig gebruik hun gunstige effect verliezen, omdat je lichaam er teveel aan went. Er zijn planten die bij langdurig gebruik negatieve gevolgen hebben. Er zijn planten die bij kortdurend gebruik effectief zijn en als ze langer gebruikt worden óf het gewenste effect verliezen, óf vervelende ‘bijwerkingen’ geven (lees ‘toxisch’ zijn, omdat je lijf zoveel niet aankan). Dat moet je dus ook nog weten…

 

Ingewikkeld?

Een juiste keuze vereist dus best wel wat kennis. Daarnaast heb ik nog grondige informatie nodig over hoe iemand in z’n vel zit, om tot een advies te komen. En dan heb ik het nog niet gehad over zaken als medicijngebruik, voeding, lichaamsbeweging, slaappatroon etc. Een antwoord op de vraag waar het mee begon omhelst dus kennis van geneeskunde, biologie, (etno)botanie, fytochemie, farmacologie en farmacognosie. Om maar wat te noemen.

Dus… vind je het vreemd als ik, in antwoord op de vraag “Wat kan ik gebruiken bij …”, bij voorkeur in eerste instantie antwoord met: “Een goed gesprek”?

 

 

Maaike van Kregten 2013